Emile Schra

transparant-50-100

Publicaties Artikelen (1997) Shakespeare en Globe

Shakespeare en Globe (1997)

THE WOODEN O - EEN RING VAN ENERGIE

Theatermaker, juni 1997

Plaats: Southwark, Londen. Project: reconstructie van Shakespeares Globe Theatre, vanwege zijn vorm bijgenaamd The Wooden O. Bouwstart: 1989. Totale investering tegen het eind van de eeuw: fl 120 miljoen. Gepland: expositieruimten, zalen voor educatieve activiteiten, winkels, een bibliotheek, pub en eethuis. Maar uiteindelijk is het allemaal begonnen om het paradepaard van het Centrum: de historisch getrouwe reconstructie van The Globe, het openluchttheater waar vier eeuwen terug een groot aantal van Shakespeares stukken in première ging. Op 14 juni 1997 wordt The Globe officieel geopend met de première van Henry V.

Het Shakespeare Museum Bear Gardens dat ik op een miezerige winterdag in 1985 tussen een aantal grauwe Londense kantoorgebouwen aantrof, had veel weg van een vervallen bunker. Binnen leidde een student, Patrick Spottiswoode, gepassioneerd de zes bezoekers rond. Hij liet kaarten en schaalmodellen van Elizabethaanse theaters zien, schetste een suggestief beeld van het zeventiende-eeuwse uitgaansleven op de zuidelijke Theemsoever en vermeldde en passant dat hier de felst begeerde artikelen na Shakespeares stukken de Nederlandse prostitués waren. Mijn vaderlandstrots werd op de proef gesteld door een Duits gezin dat me de rest van de rondleiding met misprijzende blik bleef achtervolgen. Tegenwoordig is Patrick Spottiswoode directeur van het Globe Education Centre. De paar bezoekers die hij toen rondleidde, hebben plaatsgemaakt voor drommen schoolkinderen en toeristen. Dagelijks bevolken zij het museum en de expositieruimten van het groots opgezette lnternational Shakespeare Globe Centre.

Mijn eerste confrontatie met de herbouwde Globe levert teleurstelling op. Via Southwark Bridge de Theems overstekend, zie ik beneden aan de overzijde het witgepleisterde bouwwerk in de zon schitteren. Als een schriele peuter uit een andere wereld ligt het midden tussen de saaie, hoge kantoorreuzen van Bankside ingeklemd. Dit petieterige anachronisme met zijn rieten dak en houten steunbalken is op een totaal verkeerde plaats neergezet!

In het theater zelf krijg ik een andere sensatie. lmposant en veel groter dan de buitenkant doet vermoeden, met de zon die rechtstreeks naar binnen schijnt. Tegelijkertijd straalt deze ruimte een enorme intimiteit uit. Dat komt vooral door de ronde vorm en de hoogte van de drie verdiepingen tellende publieksgalerijen. Alsof je door twee reusachtige armen wordt omsloten.

0p het moment van mijn bezoek zijn tientallen geelgehelmde arbeiders met hamer of boor aan het centraal gelegen podium bezig. De twee pilaren van Hercules, elk tweeëneenhalve ton zwaar, blijken kort daarvoor door een kraan naar beneden te zijn getakeld. Zij moeten de heaven boven het toneel torsen, die de acteurs tegen zon en regen beschermt. Opeens kan ik me erg goed voorstellen dat in de gloriedagen van The Wooden 0 hier 3000 Elizabethanen op elkaar gepakt hebben gezeten, in de ban van wat zich bij daglicht op dat kale, decorloze platform afspeelde. Er werd repertoire van uiteenlopende auteurs vertoond, maar het was Shakespeare die alle rangen en standen binnen wist te halen en The Globe hielp uitgroeien tot het populairste openluchttheater van Londen. Ook de nieuwe Globe richt zich op een gevarieerd publiek, alleen zal het veel internationaler zijn en maximaal 1500 koppen per voorstelling tellen.

Het prestigieuze lnternational Shakespeare Globe Centre is opgezet om een breed publiek enthousiast te maken voor 's werelds meest vermaarde toneelschrijver. Drie hoofdimpulsen moeten daaraan bijdragen: een theatergroep, een educatieve afdeling en een tentoonstelling. ledere zomer van juni tot en met september zal een in het Globe Theatre gestationeerde internationale theatergroep Elizabethaans repertoire spelen, afwisselend ’s middags en ’s avonds. Voor het openingsseizoen in 1997 koos acteur en artistiek leider Mark Rylance vier stukken: Shakespeares Henry V en The Winter's Tale, The Maid's Tragedy van John Fletcher en A Chaste Maid in Cheapside van Thomas Middleton. Vanaf 1999 kan het publiek voor de rest van het jaar in het lnigo Jones Theatre terecht, een klein binnentheater dat vlak naast The Globe gebouwd wordt naar een ontwerp van Shakespeares tijdgenoot, de architect en decorontwerper lnigo Jones.

Globe Education, de educatieve afdeling van het Centrum, zal zich met scholieren, studenten en andere geïnteresseerden van 7 tot 97 jaar toeleggen op de studie van Shakespeares teksten, gekoppeld aan het theatergebouw waarvoor ze werden geschreven. Readings, lezingen, workshops en speciale schoolprojecten staan op het programma. Voor de zaterdagen in het zomerseizoen is een theatercrèche opgezet voor kinderen van 7 tot 11 jaar. Patrick Spottiswoode: 'Terwijl hun ouders bij de voorstelling in de Globe zitten, krijgen de kinderen hier 3½ uur lang een introductie op het theater, op Shakespeare en op het stuk dat hun ouders zien. We laten ze tekenen, schilderen, bewegen en spelen. Zo hebben ouders en kinderen na afloop elk hun eigen ervaring ten aanzien van hetzelfde stuk. Hopelijk resulteert dat in de wens dat de kinderen een volgende keer met hun ouders mee willen!’

De opzet van 's werelds grootste permanente Shakespearetentoonstelling is om bezoekers te informeren en warm te maken voor de meester, zijn werk, zijn tijd en het theater waarvoor hij werkte. Centraal staat de periode van 25 jaar dat Shakespeare in Londen werkte, waar hij zo’n 36 stukken schreef, waarvan de helft voor The Globe. Dat theater lag met drie andere openluchttheaters - The Rose, The Hope en The Swan - op de zuidelijke Theemsoever in Southwark, hot spot voor hoerenlopers, avonturiers en gokkers, met pubs, theaters en arena's waarin beren werden gesard, alles ter vermaak van het publiek. The Globe (1599) werd snel een enorm commercieel succes. De vaste acteursgroep met de schrijver/acteur William Shakespeare bezat zelf 50 procent van de aandelen van het theater. Daarvan was 10 procent in handen van Shakespeare, die als mede-eigenaar dus ook 10 procent van de winst kreeg. Toen hij rond 1613 naar Stratford-upon-Avon terugkeerde, had hij met zijn werk een vocabulaire van 24.000 verschillende woorden ontwikkeld, het rijkste gebruik dat ooit van de Engelse taal gemaakt was.

Modern kunstmanagement

De tentoonstelling van het Centrum zal volgend jaar, samen met de educatieve dienst, een onderkomen vinden ín de grote onderaardse ruimte direct onder het theater. Wie over de huidige, voorlopige expositie wordt rondgeleid, krijgt meteen een les in modern kunstmanagement. Tentoonstellingen zijn zeer winstgevende ondernemingen. Als je eenmaal de centrale kosten hebt terugverdiend, is het alleen nog maar winst dat je naar de bank brengt", meldt de gids zonder enige schroom. In de afgelopen twee jaar kwamen er 300.000 bezoekers over de vloer, wat een winst van 2 miljoen opleverde. Verwacht wordt dat rond de eeuwwisseling de expositie, de educatieve dienst en het theater bij elkaar jaarlijks een miljoen bezoekers zullen aantrekken. Met de inkomsten die dat met zich meebrengt, zal het Centrum zichzelf volledig draaiend kunnen houden.

Hoe is dit ambitieuze Shakespeareproject in Engeland van de grond gekomen? Veel Britten zullen bij het antwoord op die vraag hun oren stijf dichthouden: door Amerikaans particulier initiatief. De kiem ligt bijna vijftig jaar terug. De Amerikaanse acteur, regisseur en Shakespearefanaat Sam Wanamaker kwam in 1949 naar Londen in de hoop de restanten van de oude Globe aan te treffen. Engeland was The Globe echter allang vergeten. Het enige eerbetoon aan de beroemde dramatische poëet was een onopvallende plaquette in het stadsdeel Southwark, in 1908 aan de muur van een bierbrouwerij bevestigd. Die vermeldde dat daar Shakespeares Globe moest hebben gestaan. Verder was er in heel Londen geen enkel gedenkteken voor de bard te vinden. Wanamaker raakte bevangen door een gedachte; een theater bouwen dat Shakespeare op de juiste wijze eer zou bewijzen. ln 1 970 richtte hij de Shakespeare Globe Trust op met als doel hiervoor geld bij elkaar te krijgen. Hetzelfde jaar bood de lokale overheid van Southwark aan om naar een geschikt stuk grond op de zuidelijke Theemsoever te zoeken, zo dicht mogelijk in de buurt van de historische plek van het theater. Die vriendelijke geste berustte echter op een misverstand, want spoedig hierop bleken de ultra linkse autoriteiten een tegenstander van het project. Het was elitair en zou alleen maar toeristen aantrekken. Het officiële argument luidde dat het betreffende perceel nog in gebruik was. ln feite stond er een oude garage van de gemeentereiniging op, waarin een dozijn karretjes van de straatvegers was ondergebracht. Pas nadat die in 1987 definitief het veld hadden geruimd, konden twee jaar later de funderingen voor het complex worden gelegd.

Michael Holden, directeur van het Shakespeare Globe Centre: 'Het theater waar Sam Wanamaker aanvankelijk van droomde, was geen reconstructie van The Globe. Toen ik als theaterconsultant in 1972 bij het project betrokken raakte, ging het om een modern gebouw met een dak en volop technische apparatuur. ln de loop van de tijd echter groeide onze kennis over Shakespeares oorspronkelijke theater, zodat we begin jaren tachtig serieus aan een reconstructie konden denken. Het ontwerp hiervoor is ontstaan tussen 1985 en l987.’

De Zuid-Afrikaanse architect Theo Crosby, vanaf het begin bij het project betrokken, heeft de nieuwe Globe zo authentiek mogelijk vormgegeven. De rest van de gebouwen van het complex is er bewust in andere, met elkaar botsende Tudorstijlen omheen gezet, zodat eenvoud en autoriteit van het theater des te sterker uitkomen. Voor de reconstructie zijn diverse historische bronnen geraadpleegd, zoals gravures en tekeningen, geschreven getuigenissen van theaterbezoekers en bouwcontracten. Door een gelukkig toeval werd daaraan in 1989 nog enig opzienbarend bewijsmateriaal toegevoegd. Net toen men begonnen was de bouwput voor de Globe te graven, ontdekten archeologen een paar straten verderop zowel de fundamenten van het Rose Theatre, in Shakespeares dagen de grote concurrent van The Globe, als van een heel klein deel (5 procent) van The Globe zelf. Berekeningen leidden ertoe dat Crosby's ontwerp op de valreep werd bijgesteld: de diameter van het theater werd vastgesteld op 33 meter en het aantal vlakken dat de ronde vorm van The Globe bepaalt, werd gewijzigd van 24 in 20.

Zijn er in het huidige theater totaal geen concessies aan de moderne tijd gedaan? Michael Holden: 'Jawel. Vroeger zaten er 3000 man op elkaar gepakt, men had geen loopruimte en geen nooduitgangen. Wij hebben rekening met veiligheidseisen moeten houden. Dat betekende minder zitplaatsen, gangpaden en vier toegangsdeuren in plaats van twee. Maar wat duidelijk niet is veranderd, is het zitcomfort. Als we luxe stoelen hadden neergezet, was de aard van het theater aanzienlijk aangetast. We moeten natuurlijk niet sadistisch worden, maar enig ongemak voor de toeschouwer kan zijn aandacht verscherpen. Als je je verveelt, zit iedere stoel slecht. Men zit bij ons op houten banken, met of zonder kussen, in een actieve houding die hopelijk ook de geest actief en open houdt.’

Traditionele ambachten

ln de Elizabethaanse tijd begon men ieder bouwwerk met het neerzetten van een geprefabriceerd frame van hout. De verschillende onderdelen werden eerst in de werkplaats van de timmerman op maat gemaakt en in elkaar gepast, dan genummerd en daarna naar de bouwplaats vervoerd. Daar werden eerst de funderingen gelegd waarop vervolgens het framewerk werd aangebracht. Als het houten skelet eenmaal stond, werden de muren erin gezet en gepleisterd. Tot slot werd het dak aangebracht. Precies zo is men bij de huidige Globe te werk gegaan. De houten balken voor de basisstructuur van het theater zijn met ruim 6000 houten wiggen aan elkaar vastgeklonken. Net als vroeger is er geen spijker of schroef aan te pas gekomen. Ook het gebruikte materiaal benadert zoveel moge lijk het origineel. Het hout is real English oak dat in de loop der tijd steeds meer uitdroogt, scheurt en krimpt, wat ervoor zorgt dat het gebouw in feite steeds steviger in elkaar komt te zitten. De muren zijn opgebouwd uit smalle, horizontale houten latjes waaroverheen verschillende lagen pleisterwerk zijn aangebracht, een mix van zand, kalk en geitenhaar (dat laatste om een juiste resonantie van het stemgeluid te verkrijgen).

Dat een dergelijk gebouw een aantrekkelijke prooi voor vuur is, bleek al in 1513. Door een ongelukje met een toneelkanon vatte tijdens een voorstelling het rieten dak vlam en brandde The Globe tot op de bodem af. Niemand raakte gewond, op éen bezoeker na wiens broek vlam vatte. Die werd effectief geblust met een fles bier, zoals een brief uit die tijd meldt. Een jaar later ging het nieuw opgebouwde theater weer open. Vooral sinds de grote van brand van 1666 heeft Londen zijn les geleerd. De nieuwe Globe is het eerste Londense gebouw met een rieten dak sinds 1666. 0m aan de strenge veiligheidseisen te voldoen, is in het hele theater tussen de lagen pleisterwerk een vuurbestendig schild aangebracht. Het rieten dak is voorzien van een nauwelijks zichtbaar ultramodern sproeisysteem dat ieder vlammetje direct zal doven. Het is vooral de ambachtelijke aanpak van de heropbouw die het hart van veel Engelsen heeft gestolen. Toen de eerste balken van elf meter hoogte rechtop in de bodem waren geplaatst, begon men het vóór zich te zien. Vooral het gebruik van de traditionele handambachten heeft de verbeelding geprikkeld, waardoor de bouw de laatste jaren tot een echt publieksproject is uitgegroeid. Spottiswoode: ‘Het publiek ondersteunt ons financieel op alle mogelijke manieren, een passie die voor Engeland tamelijk uniek is. Ook de f 6,5 miljoen die we nu nog voor de laatste fase nodig hebben, hopen we grotendeels via het publiek, zowel in als buiten Engeland, bij elkaar te krijgen.’

Inderdaad ontdek ik in de folders van het Centrum een schier onuitputtelijke reeks manieren waarop zowel particulieren als bedrijfsleven The Globe kunnen steunen. Voor 2 pond ben je sponsor van een baksteen, voor 50 ponden sponsor je een deel van de balustraden in het theater en voor 500 maak je een zitplaats mogelijk. Gulle donateurs van l000 Britse ponden is het gegeven om tot de exclusieve "Club van 1000" toe te treden waartoe slechts duizend leden toegang zullen hebben. Met hun jaarlijkse contributie van 15 pond lijkt het lidmaatschap van de 'Vrienden van Shakespeares Globe" me een iets aantrekkelijker alternatief. Momenteel zijn er zo'n 7000 leden, verspreid over de hele wereld.

De grote afwezige

Misschien is wel het meest opvallende aan de totstandkoming van dit project de afwezigheid van overheidssubsidies. De 12,4 miljoen die de Arts Council jaren geleden aan het Centrum toekende, was afkomstig van de nationale loterij. De Britse regering heeft zowel tijdens de voorbereidingen als bij de bouw geen enkele penny in het project gestopt. 0p eén uitzondering na. Onlangs werd de educatieve afdeling de komende drie jaar een jaarlijkse toelage van t 25.000 voor onderwijsactiviteiten toegezegd. Vanwaar die afzijdige houding van de rijksoverheid? Volgens Spottiswoode heeft dat zeker te maken gehad met het feit dat een vastberaden Amerikaan op een hoop Britse tenen en ego's is gaan staan. Sam Wanamaker, die in 1952 in Engeland kwam wonen, stond in Engeland al snel bekend als een radicale theatermaker. Toen hij rond 1970 zijn plan voor The Globe op tafel legde, opereerde hij als individu en de regering geeft niet gemakkelijk geld aan individuen. Daar kwam bij dat men in Engeland niet gewend was aan bulldozers met een plan. Spottiswoode: ‘Wij zaten aan de thee om de dingen rustig en vriendelijk met elkaar door te praten. Waar Sam zei:"Let's go West", zeiden wij Engelsen: "Let's go home!".

Maar er waren nog andere factoren. ln de jaren zestig werd een eind verderop langs Bankside het National Theatre gebouwd. Was het geen geld weggooien als even verderop The Globe zou verrijzen? Bovendien stopte Londen in de jaren zeventig al zijn geld in een ander theatercentrum: het Barbican, het onderkomen van de Royal Shakespeare Company. Ook moeten we niet vergeten dat theatermakend Engeland eind jaren zestig in de greep was van Jan Kott's boek Shakespeare - tijdgenoot. De intellectuele maffia vroeg zich af hoe je in godsnaam Shakespeare tot onze tijdgenoot kon maken in een gebouw met een rieten dak.

Het hele idee van de herbouw van The Globe en het herontdekken van het eigen verleden liet veel Engelsen tot voor kort volstrekt koud. Het is nog maar een paar decennia geleden dat de Britse musea stopten met het gebruik van Latijnse teksten en publieksvriendelijker werden. Nu zoekt iedereen naar context. Niet alleen de potscherf wordt getoond, de hele pot eromheen wordt gereconstrueerd. En dat is precies wat Wanamaker vanaf het prille begin wilde: via Shakespeares context je belangstelling en verbeelding prikkelen, wat je vervolgens een ingang tot zijn werk helpt vinden.

Terugkijkend op het inmiddels bijna gerealiseerde monsterproject concludeert Spottiswoode dat The Globe tien jaar eerder was herboren als de overheid met geld over de brug was gekomen. Anderzijds is hij blij dat dat niet gebeurd is, want misschien was het The Globe dan wel net zo vergaan als het Barbican: een bureaucratische nachtmerrie, een gebouw zonder ziel waar je voelt dat het van hogerhand is neergezet. 0nlangs maakte de Royal Shakespeare Company bekend zijn onderkomen te willen verlaten vanwege de schrikbarend gedaalde publieke belangstelling.

Directeur Michael Holden verwijt de Britse overheid laksheid als het om het eigen cultureel erfgoed gaat. Bij recente opgravingen konden de resten van The Rose door archeologen voldoende worden onderzocht, voordat er een kantoorflat bovenop belandde. De fundamenten van The Globe echter, voor een klein deel achter een bestaand kantoorgebouw (Anchor Terrace) liggend, lopen er voor de rest onderdoor. De eigenaren verzetten zich lange tijd tegen iedere vorm van opgraving en verkochten het pand onlangs aan een kleinere projectontwikkelaar. Die wil er appartementen van maken. De restanten van de oude Globe zal hij ongemoeid laten. Holden: 'Het punt is dat niemand momenteel de Globeresten onderzoekt. De projectontwikkelaar wil het niet en de regering dringt er niet op aan. Er was een moment dat verdere opgraving mogelijk was, maar dat liet men voorbijgaan. Omdat het geld gekost zou hebben. En omdat English Heritage, de organisatie die verantwoordelijk is voor het behoud van monumenten en de regering adviseert, een bepaalde filosofie hanteert: begraaf archeologische vondsten opnieuw, dan blijven ze behouden voor de toekomst. Een totaal onbegrip voor het feit dat het bij The Globe om veel méér dan een archeologische opgraving gaat. Shakespeare is in meer dan negentig talen vertaald. Zijn werk wordt over de hele wereld opgevoerd. Alleen al in het Engels verschijnen er jaarlijks vierhonderd boeken over hem. Vanuit historisch oogpunt bekeken is de filosofie van English Heritage volkomen waanzinnig.

En hoe kijkt de lokale Labour-overheid van Southwark momenteel tegen The Globe aan? Die heeft het beschikbaar komen van het bouwterrein toch jarenlang weten uit te stellen? Volgens Holden heeft het erg lang geduurd voordat Southwark sympathiek tegenover het project kwam te staan. Pas na een raadswisseling enkele jaren terug realiseerden de autoriteiten zich dat de ideale manier om de werkgelegenheid en ontwikkeling van het gebied te stimuleren niet in verdere kantoorbouw lag, maar in de vrijetijdssector. Het Globe-project werd de voorloper van die veranderende visie. Holden: 'Ze hebben geld gegeven, een kantoorgebouw uitgeleend, een huurcontract voor het theater opgesteld voor de komende 125 jaar en tegen een zeer redelijke prijs.’

Binnenkort wordt de Tate Gallery met haar afdeling moderne kunst de nieuwe buurvrouw van The Globe. Men verwacht dat andere geïnteresseerden in Bankside niet lang zullen uitblijven. Daarmee krijgt de grotendeels grauwe en ongastvrije zuidoever van de Theems wellicht iets terug van de functie die zij vier eeuwen terug vervulde: die van vermaakscentrum van Londen. Alleen zal die ontwikkeling ditmaal een massa-industrie tot gevolg hebben. De hele infrastructuur van het gebied zal grondig moeten worden aangepast, wil men de stroom toeristen aankunnen.

Olivier was shit

Sam Wanamaker zag slechts twee van de twintig wanddelen van The Globe voltooid. In 1993 overleed hij. De vastberadenheid en energie waarmee hij 25 jaar lang aan zijn droom is blijven werken. sloeg echter over op zijn medewerkers. Toen Patrick Spottiswoode in 1984 als manager bij het Bear Gardens Museum in dienst kwam ('We hadden daar een cafetaria dat uit een plank bestond'), werkten er drie mensen voor het Shakespeare Globe Centre. Nu heeft het 120 fulltimers en zestig parttimers in dienst, terwijl de huidige acteursgroep dertig personen telt. Bovendien verricht een grote groep vrijwilligers hand- en spandiensten.

Wat me opvalt, is dat er bij het Centrum overvloedig wordt gestrooid met cijfers, winstmarges en ludieke sponsoracties. Maar dwars daardoorheen voel je bij alle medewerkers onderhuids hetzelfde zinderen: een passie voor Shakespeare en The Globe en een heilig vertrouwen in het welslagen van de vele plannen. Gedreven vertelt Spottiswoode waar zijn afdeling de komende jaren zoal aan werkt: 'Geïnteresseerde scholen van over de gehele wereld willen we verenigen in "Globelink”. In 1993 hadden we al een fascinerend Hamletproject met scholen uit Engeland, Denemarken, Duitsland en Polen, landen die ook in het stuk voorkomen. Alleen Noorwegen haakte op het laatste moment af, maar die wordt sowieso aan het eind van het stuk meestal weggesneden. Via video wisselden de leerlingen ervaringen uit tijdens het werken aan Hamlet. Uiteindelijk resulteerde dat in twee internationale festivals waarop ieder zijn eigen Hamlet-versie vertoonde. Na afloop daarvan hoorde ik twee opgeschoten Engelse pubers, die elk Hamlet hadden gespeeld, met elkaar discussiëren: "lk vond de manier waarop jij opkwam, erg sterk." "Ja", zei de ander, "maar de manier waarop jij die ene zin eruit slingerde, daar was ikzelf nooit opgekomen." "Hoe vond je de laatste Gibson-film? Die 0livierversie was shit!" Het spelen in Shakespeare heeft een verdere interesse in ze gewekt.’

Michael Holden, als cultureel adviseur van de Unesco en als theaterconsultant beladen met kennis over theatergebouwen all over the world, vindt The Globe het meest fascinerende project uit zijn loopbaan. Hij herinnert zich een proefoptreden van de RSC vorig jaar waarbij het plotseling doodstil werd in het theater. Holden: "Dat was het moment in Twelfth Night waarop de hertog ontdekt dat hij verliefd is op Cesario, die een jongen lijkt terwijl het publiek weet dat het een meisje is. Het was de absolute stilte van de dramatische spanning, die het levende theater overal ter wereld zo totaal anders maakt dan alle andere media. Maar hier was dat moment magisch, de reikwijdte vele malen groter dan normaal. Plotseling wist ik het zeker: We hebben met The Globe een uniek theater terug! We gaan een zeer avontuurlijke toekomst tegemoet!'

Al ver voor zijn officiële opening in 1999 is het Shakespeare Globe Centrum uitgegroeid tot een internationale, culturele topattractie. In 1996 kreeg het de Gold Star Award uitgereikt voor de best bezochte toeristische trekpleister van Europa. Maar het succes is niet onverdeeld. Vooral in Engeland was lange tijd de veelgehoorde kritiek dat het project een nieuw slachtoffer van het moderne massatoerisme zou worden, een "cultureel pretpark", "het Britse Disneyland van de 21ste eeuw" met alle oppervlakkige randverschijnselen van dien. Het feit dat het Centrum een groot publiek aantrekt dat op verschillende manieren door Shakespeare gefascineerd is of raakt, is op zich niet slecht. Het gevaar aan de Globe-onderneming lijkt me echter, dat het theater dat erin gemaakt wordt de richting kan uitgaan van louter historische curiositeit, van museumtoneel met een toeristische saus. Zoals de Koning Oedipus die ik vorig jaar in Epidauros zag: de saaiste en geliktste Griekse tragedie van het jaar waarvoor tienduizend busgangers staande hun dank betuigden.

Patrick Spottiswoode: 'Natuurlijk bestaat dat gevaar. Maar onze jonge artistiek leider Mark Rylance staat zo ver van museumtoneel af en is als acteur zo nieuwsgierig naar de vraag wat dit oude-stijl-gebouw voor het theater nú kan betekenen, dat ik daar niet bang voor ben. Er is veel over het Globeproject geroddeld, vooral op dinnerparties. Velen vonden het een artistiek bespottelijk en uit de tijds project. Maar bijna alle kritiek was theoretisch, met name bij academici. Menigeen die nu het theater inwandelt en ziet waarom het gaat, zegt: "lk had ongelijk.”’

Cirkel van energie

Toen vorig seizoen onder grote belangstelling The Globe werd uitgetest en het Globegezelschap op een tijdelijk podium The Two Gentlemen of Verona speelde, leidde dat tot tal van speculaties. Volgens sommigen zou de grootste uitdaging voor de acteurs eruit bestaan dat ze de strijd zullen aan moeten gaan met het drukke verkeer, gillende politiesirenes en overscherende vliegtuigen. 0f om sir Alec Guinness te citeren uit zijn recent verschenen dagboek My Name Escapes Me: 'lk hoop dat de arme acteurs, zwetend onder de warme zomerlucht, niet verslagen worden door de megafoons van de toeristenboten die de wereld vertellen: "Dit is Shakespeares Globe, afgebrand tijdens een voorstelling van Henry Vlll op 29 juni 1613.“' ls de nieuwe Globe wel die "oase in de technocratische wereld van vandaag", zoals optimistisch is beweerd?

Volgens acteur Ben Walden, die in The Two Gentlemen speelde en ook in het openingsseizoen drie rollen in Henry V voor zijn rekening neemt, zijn er zeker lawaaimakers, met name onder het publiek: 'lk herinner me dat Mark Rylance in The Two Gentlemen een monoloog had, waarin hij zijn beste vriend verraadt. Het publiek raakte opstandig, waarop Mark zijn stemvolume versterkte, het publiek als zijn partner begon te gebruiken en met ze ging redetwisten. Het is die verbondenheid met het publiek, alsof het een van de andere acteurs ís, die in The Globe sterker werkt dan in welk ander theater ook. Aanvankelijk waren we allemaal bang voor de akoestiek. Hoe moet je spreken om door iedereen gehoord te worden? Je moet inderdaad je volume versterken en in het begin denk je dat er geen ruimte meer voor waarachtigheid, subtiliteit en variatie is. Maar na vijf voorstellingen ben je aan het volume gewend en leer je je register gebruiken. Als je met energie en gedrevenheid spreekt, kan iedereen je horen.’

Het mooiste aan het spelen in The Globe vindt Walden als de barrière tussen publiek en acteurs oplost. Hij geeft toe dat het in het slechtste geval kan uitdraaien op een Last Night of the Proms-achtig optreden, maar bij een goede voorstelling schreeuwt het publiek naar het toneel, raakt echt betrokken, applaudisseert voor scènes waardoor het werkelijk geëmotioneerd raakte. Het enige waarmee dat volgens Walden is te vergelijken, is een voetbalwedstrijd: 'Als je in dit volle theater de deur naar het toneel opent, is het net alsof je het podium op gezogen wordt. Die ongelooflijke cirkel van energie om je heen, een ongelooflijk gegons. Zij geven óns energie, wij hèn. The Globe een museum? Het is een theater dat bruist van het leven!’

Zeker is dat de toekomstige Globe-acteurs vooral hun spelenergie uit de groundlings zullen halen, een principe dat van de Elizabethanen werd overgenomen. In Shakespeares dagen gingen de goedkoopste kaartjes voor éen penny naar toeschouwers die in de yard wilden staan, rondom het vooruitstekende podium. Dat maakte een heel direct contact tussen spelers en toeschouwers mogelijk. De huidige vijfhonderd staplaatsen kosten 5 pond per stuk. 0p bewolkte dagen kan een plastic jas en hoed worden aangeschaft, want de groundlings zijn als enigen in The Globe niet overdekt.

Gevraagd naar zijn meest indrukwekkende ervaring tijdens het afgelopen proefseizoen, aarzelt Walden geen moment: de laatste voorstelling van The Two Gentlemen op een zondagmiddag. Walden :'Alle acteurs kwamen na afloop het toneel op. Er speelde een hond in de voorstelling mee, Dennis. Iemand gooide bloemen, Dennis pakte ze in zijn bek en liep ermee naar alle hoeken van het toneel, terwijl hij ze heen en weer bleef schudden. 0ndertussen juichte het publiek wild enthousiast over de voorstelling. Toen vroeg Mark Rylance om stilte. We waren geëmotioneerd en verbaasd over wat het werken in The Globe ons als acteur gegeven had. Mark verzocht de weduwe van Sam Wanamaker om op te staan en een applaus voor haar man in ontvangst te nemen. Zonder Sam was er geen Globe geweest. 0m daar met alle acteurs te staan, met 1500 applaudisserende toeschouwers en The Globe bijna af, dat was hopelijk niet enkel een zeer emotioneel moment voor haar. lk hoop bij God dat Sam op een of andere manier te weten is gekomen dat we het zover hadden gebracht.’

0p 8 juni 1997 gaat in The Globe het Festival of Firsts van start met thee en champagne. Het festival biedt de duizenden supporters die het Globe-project de laatste jaren wereldwijd op de been heeft gebracht, de gelegenheid om als eersten de ingebruikname van het theater mee te vieren. 0p 12 juni worden koningin Elizabeth en prins Philip (president van de Shakespeare Globe Trust) op een gala-avond verwacht. In verband met de hoge waterstand van de Theems.is de kans groot dat zij per koninklijk vaartuig bij The Globe zullen aanmeren. In dat geval zal de kade van Bankside te smal zijn voor de internationale pers.

0p 14 juni, de verjaardag van Sam Wanamaker, wordt The Globe officieel ingewijd met de première van Henry V in een regie van Richard Olivier (zoon van Sir Laurence). Ben Walden; 'Mister W.S. en mister S.W. zijn de twee figuren die steevast in ieders gedachten aanwezig zullen zijn als het eerste seizoen van The Globe van start gaat. The Wooden 0 zal bruisen van vitaliteit dankzij hun energie.’

© Emile Schra